Achtergrond informatie
Het afweersysteem bij pasgeborenen moet zich nog verder ontwikkelen na de geboorte. Bij prematuur geboren kinderen is het afweersysteem nog onrijp. Daardoor zijn deze kinderen kwetsbaarder voor infecties. Mogelijk werken de vaccinaties bij prematuur geboren kinderen minder goed. Daarom krijgen zij een extra vaccinatie bij de leeftijd van 2 maanden aangeboden, ook als de moeder een kinkhoestvaccinatie (22 wekenprik) heeft gehad tijdens de zwangerschap. Hoe het afweersysteem van te vroeg geboren kinderen zich ontwikkelt, is niet volledig bekend. Daarom willen we dit onderzoeken.
Doel onderzoek
Met dit onderzoek willen we meer inzicht krijgen in de ontwikkeling van het afweersysteem van prematuur geboren kinderen. We onderzoeken onder andere de reactie die het lichaam maakt op normale vaccinaties. Dit zijn vaccinaties die gegeven worden vanuit het Rijksvaccinatieprogramma. Dit geeft informatie over het afweersysteem. Ook weten we daarmee of deze kinderen voldoende beschermd zijn tegen infectieziekten. Zo kunnen we mogelijk de zorg voor vroeg geboren kinderen in de toekomst verbeteren.
We onderzoeken twee groepen kinderen
Voor de PRIMI studie onderzoeken we twee groepen kinderen:
1. Prematuur geboren kinderen (geboren na <32 weken zwangerschap) en hun moeders
2. Op tijd geboren kinderen (controlegroep). Lees verder op deze pagina.
Prematuur geboren kinderen
Wie kan er meedoen?
Kinderen die geboren zijn na minder dan 32 weken zwangerschap en die opgenomen zijn in een van de deelnemende ziekenhuizen kunnen meedoen in deze studie. Tijdens opname in het ziekenhuis wordt aan u als ouders gevraagd na te denken om mee te doen en daarvoor toestemming te geven. U krijgt hiervoor een papieren informatiebrief van uw arts of een onderzoeker in het ziekenhuis. Meedoen is vrijwillig en kan alleen na schriftelijke toestemming van ouders.
Moeders
De moeder van een prematuur geboren baby die meedoet aan de studie kan zelf ook meedoen. Het maakt hiervoor niet uit of de 22-weken prik (kinkhoest vaccinatie) wel of niet gegeven is tijdens de zwangerschap. Hiervoor krijgt u een aparte informatiebrief en toestemmingsformulier.
Wie kunnen niet meedoen?
Soms kan een kind niet meedoen aan het onderzoek. Bijvoorbeeld bij een aandoening aan het afweersysteem of als de moeder bepaalde medicijnen heeft gebruikt tijdens de zwangerschap. Dit wordt besproken nadat er toestemming is gegeven om mee te doen aan het onderzoek.
Wat betekent meedoen in het kort?
Tijdens opname in het ziekenhuis
– Er worden gegevens verzameld (van kind en moeder)
– Onderzoekers verzamelen 1-2x ontlasting bij uw kind
– 1x een bloedafname bij kind en eventueel moeder
Door ouders na opname in het ziekenhuis
– Invullen van een korte maandelijkse vragenlijst (10 in totaal)
– Thuis 2x ontlasting verzamelen van uw kind
– 2x een afspraak in de polikliniek voor controle met bloedafname
De bloedafname en controle in de polikliniek worden zoveel mogelijk gecombineerd met standaard bloedafnames en controles die gebeuren los van dit onderzoek. Lees hierover meer in de papieren informatiebrief.
Meer informatie in papieren informatiebrief
In de papieren informatiebrief is uitgebreide informatie te vinden over het onderzoek. Deze informatiebrief krijgt u, met uw toestemming, tijdens opname in het ziekenhuis. Ook kunt u mailen naar primi.kindergeneeskunde@mumc.nl als u vragen heeft.
Controlegroep (a term geboren kinderen)
Om het onderzoek goed te kunnen uitvoeren, hebben we ook informatie nodig van op tijd geboren kinderen (geboren na minimaal 37 weken zwangerschap). Met deze informatie kunnen we de groepen met elkaar vergelijken.
De tekst op deze pagina is gebaseerd op de “Proefpersonen informatiebrief (versie 3, 27-09-2022)”.
